Groep 3

 
Wat leren we allemaal in groep 3? 
In de kleutergroepen hebben de leerlingen al geleerd hoe letters uitgesproken worden en dat aan elk letterteken een klank vastzit. De volgende stap is het leren lezen en schrijven van deze klanken en letters. In groep 3 worden de letters niet los, maar gekoppeld aan een woord aangeleerd. Elke letter heeft zijn eigen basiswoord, dit woord staat meerdere dagen centraal. We kennen 34 klankzuivere klanken, deze klanken worden verdeeld in medeklinkers en klinkers. Daarmee worden klankzuivere woorden gemaakt, deze woorden klinken zoals je ze schrijft. Klanken als de -eu-, -ei-, -au-, etc. noemen we de tweetekenklanken.
De nieuwe aangeboden letters en klanken worden op allerlei manieren geoefend: lezen/zien (visueel), schrijven (motorisch), horen (auditief) en uitspreken (spraakmotoriek). 'Hakken' en 'plakken' zijn begrippen die het leren lezen ondersteunen. Het samenvoegen van losse klanken tot een woord ('plakken') wordt ook wel synthese genoemd. Het omgekeerde, het omzetten van woorden naar afzonderlijke klanken noemen we analyse. Wanneer alle letters aangeleerd zijn worden de hoofdletters geoefend.
In ongeveer de tweede helft van groep 3 wordt er gestart met het oefenen van het lezen en schrijven van niet-klankzuivere woorden. Bij niet-klankzuivere woorden is het belangrijk dat de leerlingen vertrouwd raken met de woordbeelden. Hoe vaker ze het woordbeeld zien, hoe eerder het woord beklijft.
 
Gaandeweg het jaar gaan de leerlingen steeds beter lezen. Met behulp van leestoetsen wordt op vaste momenten bekeken hoe veel de vooruitgang bij het technisch lezen is. Naast de leestoetsen gebruikt bij de methode Veilig Leren Lezen, worden de AVI- en de DMT-toets afgenomen. Tijdens de AVI-toets leest de leerling binnen een bepaalde tijd een kaart met een tekst erop. Door te kijken naar het leestempo (tijd) en het aantal fout gelezen woorden in die tekst weet de leerkracht of een leerling dat leesniveau aankan. De 'Drieminutentoets' (DMT) meet hoe nauwkeurig en hoe snel een leerling kan lezen door vast te stellen hoeveel 'losse' woorden er correct gelezen worden binnen drie minuten. Het is belangrijk dat leerlingen goed kunnen lezen, wanneer ze er ook lol in krijgen, is dit gunstig voor de gehele schoolcarrière. Lezen en voorlezen worden door de leerkrachten enorm gestimuleerd.
 
In groep 3 wordt het lees- en schrijfonderwijs gecombineerd. Meteen bij het leren lezen van de letters worden deze letters ook meteen geschreven. Er wordt aandacht geschonken aan een goede schrijfhouding, de papierligging en de potloodhantering. Er wordt veel aandacht geschonken aan het verbinden van de letters tot woorden. We noemen dit vloeiend schrijven.
 
Er wordt elke dag gerekend in de groep. Tot aan de kerstvakantie krijgt de structuur van de getallen veel aandacht, het is belangrijk om te weten hoe de getallen zijn opgebouwd. Het tellen t/m 20 (gr. 2) krijgt nu een vervolg t/m het getal 30 en later nog verder.  De leerlingen leren doortellen en terugtellen vanaf een willekeurig getal. Er wordt gewezen op de vijf- en tienstructuur, er zit een ritme in ons tientallig stelsel. Dit geeft inzicht in de structuur van de getallen. Er is sprake van een vijfstructuur als een hoeveelheid zo is gestructureerd dat daarin gemakkelijk groepjes van vijf te herkennen zijn. De vijfstructuur is toegepast bij het rekenrek. De meeste kinderen zijn vertrouwd met het werken met de vijfstructuur omdat deze ook aanwezig is bij de vingers (vijf vingers is een volle hand). Door handig gebruik te maken van de vijfstructuur kunnen kinderen makkelijk hoeveelheden herkennen zonder de voorwerpen één voor één te tellen. Bijvoorbeeld het getal acht op het rekenrek kan meteen herkend worden als kinderen de vijf rode en drie witte kralen zien. Na twee vijftallen komen we op een tiental uit. Via het tellen wordt er overgegaan op het maken van sommen. In het begin ondersteunen afbeeldingen hierbij. Wanneer de afbeeldingen minder nodig zijn en de sommen concreter worden (5+3=) wordt het automatiseren van sommen geoefend. Door sommen heel vaak te oefenen zullen leerlingen deze op een gegeven moment uit hun hoofd weten. Het is wel belangrijk dat dit geen trucje wordt maar dat iedere leerling een goed inzicht heeft in de stappen van de berekening. Verder wordt er bij het rekenen aandacht  besteed aan ruimtelijk inzicht en meetkunde.
 
Om te weten of je kind door kan stromen naar een volgende groep, is het handig om te weten wat er van je kind wordt verwacht. Het Ministerie van Onderwijs heeft een document opgesteld met zogenaamde kerndoelen, hierin staat in grote lijnen wat een kind moet leren op de basisschool. Kijk voor meer informatie over de kerndoelen op: www.snapjekind.nl